Poëzie

Overkant

Misschien een argeloze pakketbezorger of een
te snelle scooter, een vrachtwagen die hier niet
hoorde, haar leemkleurig lijf niet zag.
Op het asfalt ligt zij onbewogen
buik met broedsel, bonte poten.

We zijn als vrouwen onder elkaar als ik hurk
op dit harde grijs dat veren spreidt, dons losrukt,
snavels splijt, knieën schaaft.

Ik leg haar waar ze moet zijn: aan de overkant.
Ze weegt niet meer dan een pak suiker
klopt warm na, ik zie nog lente in haar ogen.

Aan de rand van het veld de groen gekrulde woerd
zijn waggelend lijf blijft hier, heen en weer
verwoed heen en weer, roept en roept en roept.

Denkend aan dieren en gras

Vorst zal ons het graven beletten, we moeten onze voeten
anders neerzetten, laten wennen aan zand, stenen, gruis
klinkerpaden, borsteltapijten.
 
We lopen over snelwegen, viaducten, door hekken, door barakken
over prikkeldraad, akkerland, we banjeren
met gevonden oormerken door gebarricadeerde weidegronden
laten ons in vrachtwagens pakken.
 
Waar zijn de dieren, vraag ik me af.
Waar zijn de dieren die ze droegen?
 
Hoe komt een koe zo vol vertrouwen, zo vol
vertrouwen, zo vol
dat ze steeds maar weer op handen afkomt, met ogen
als was haar nooit iets aangedaan.
 
We maken onszelf tam zoals vogels die van tafels eten
niet wegvliegen als dat kan, weten hoe het werkt met snavels
denken na over een plan.

We zullen vliegen over bergmassieven, oceanen, dijklichamen, gletsjerspleten, zweven doelloos rond
hebben geen geweten, afspraken zijn er niet gemaakt.
 
Alleen die van de sterren, dat zijn er drie, het vliegen
buiten kooien is een classificatie.
Een gegeven van tevredenheid, een gerust hart
een bepaalde zekerheid.
 
Met het scheuren nog in onze oren is wat blijft de weke geur
de waterdamp rond zachte neuzen, gras dat breekt, opensplijt.
In de walm van lauwe melk net nog uit haar schoot genomen
speent het kalf aan een kunstmatig moederlijf.
 
Hier staan we dan, zien om ons heen, de wei zo groot
zo heel alleen. De zomer lijkt ineens zo uitgebloeid
zo onomkeerbaar aangevreten. Haar jurk
verteerd door zonnestralen, ontdaan van elke klank en kleur
 
zijn wij met gras vergroeid
maar weten dat nog niet.

(Eigen foto)

Het gebed van Beulaeke (1360-1776)

als een keizer kijk ik uit over de waterlijn
met aan mijn voeten het ontheemde rijk
van begraven daken, verzande straten, velden
die verlaten zijn, waar stemmen klonken
handen groeven, staken in geturfde grond

in mijn schoot stroomden ze samen
schoven vrome vingers ineen
prevelden met gebogen hoofden
hoop over de dijken heen, hier ademde
hier knielde mijn dorp van veen

storm en golven bezetten dit lemen land
plunderden pleinen, gewijde waslijnen,
braakten paden uit, sloten mijn ogen
met watergordijnen, totdat allen zwegen
op een dag van mij zijn weggedreven

soms strelen er nog zilveren schubben
zacht langs mijn verdronken wanden
langs mijn altaar, waar ze struinen naar
scherven, kralen, verloren kinderhanden

blijf ik deinen in dit gewassen land
waar ik vandaag een baken ben
omhelsd door water

(Natuurmonumenten, 2021)
2e prijs stadsgedichtenwedstrijd Nederland-Vlaanderen

De zoon en de nacht

En dan de zoon, zoveel zoon. De sterkte grote
zoon, ontsproten aan de warmste moederschoot.
Aan een woud met duizend dalen, bergen, meren.

De moederzoon. Het draven, briesen, roepen
graven, klimmen, dragen.
Het vlinderfijne, vingervlugge, het zachtjes
wakker kussen.

Het klemmen. De bruine ogen, het donkere haar
sluik en stijl, en toch het blijven kijken door
de gaten.

Geen gluren, nee, geen gluren, meer het
onafgebroken woordeloze, het glazen tot op
de botten, tot in de laatste uren, laatste uren.

Als een glooiende rivier bij het rooien van de dag
in een weergaloze zon. Het weten
van de nacht, het weten van een geluidloze nacht
een oeverloze nacht, de moederloze nacht.

Het weten van de vissen en dat ze zwemmen moeten,
de nacht. Nee, geen nacht, dit glanzen, dit
glijden, dit willen blijven.

Ook moeders moesten ingegraven, graaf ze in, breng
ze dichterbij. O, de zoon, o, de moeder, o, de nacht
hoe alles drijven mag.

Langs landerijen

We braken het brood en schonken de koffie. In de luwte
van wind krulden de kinderen, hun wangen wars van zon.

Kleverige vingers, kruimels, een gekleurde parasol. Ergens
een verdwaalde sok, wat lauw bier. Iemand zong.

Op een kleed een klantenbericht, een pop zonder benen.
We lagen als mensen alleen op de wereld.

Nee, dan morgen. Morgen. De wagens zouden weer langs
onze huizen rijden. Daarin het schuifelen. Het zachte bonzen.
De snuiten.

Het vermoeden dat gedurende jaren in hun genen was geslopen.
De ontreddering van soortgenoten, het recht op leven
en voor wie dat dan wel gold.


Poëzie in opdracht

In opdracht schrijft Monique ook gedichten voor speciale gelegenheden. In overleg kan zij een passend gedicht schrijven voor een bepaalde gelegenheid.

Enkele voorbeelden:

Expositie “op de ruiten”

Expositie “Op de ruiten” met het thema water. Een fototentoonstelling met gedichten. Opening van de tentoonstelling “Op de ruiten” door Stichting Bernhards Ontmoeting. Acht winnende foto’s met het thema water zijn te zien op de ruiten van de Bibliotheek Hengelo. Acht dichters schreven vervolgens gedichten bij een foto die zij kregen toegestuurd. Lees hier verder…

St. Bernhardsplantsoen Hengelo

Oyfo Kunstenschool, de bibliotheek Hengelo en Stichting Bernhards Ontmoeting organiseren de fototentoonstelling Kleurrijk. We selecteren 15 foto’s, waarop het thema diversiteit in Hengelo zichtbaar is. De foto’s worden uitgeprint op grote panelen (150cm x 150cm) en worden ondersteund door een gedicht. Foto’s en gedichten worden opgesteld langs het wandelpad van de Beursstraat naar het Prins Bernhard Plantsoen, het wandelpad tegenover Schouwburg Hengelo, naast de ABN AMRO bank. Lees hier verder…

Crematoria Twente: ‘Alis Volat Propriis’

Gedicht voor Crematoria Twente ter ere van het 50-jarig bestaan van het Crematorium te Usselo ( Enschede). Dit gedicht is in opdracht van Crematoria Twente geschreven voor de “Poëziewandeling voor de achterblijvers”. Samen met een aantal regionale dichters zijn deze gedichten van rouw, gemis, troost en verbondenheid op diverse plekken in het gedenkpark geplaatst. Tijdens een wandeling van ongeveer een halfuur zijn deze gedichten te lezen en te beluisteren. Via een QR code hoor je de dichter het gedicht zelf voordragen.

Poëzie in opdracht? Neem contact met mij op